Prof. dr. Erik Scherder is een autoriteit op het gebied van de klinische neuropsychologie en de bewegingswetenschappen. Hij startte zijn loopbaan in de jaren zeventig met een opleiding tot fysiotherapeut, waarna hij werkzaam was in de Valeriuskliniek in Amsterdam. Deze paramedische basis vormde het fundament voor zijn latere academische specialisatie in de relatie tussen fysieke activiteit en neurologische gezondheid. Hij studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), waar hij in 1995 promoveerde op een onderzoek naar de invloed van perifere zenuwstimulatie op de cognitie.
In 2002 werd Scherder benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de VU, gevolgd door een aanstelling als hoogleraar Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Momenteel geeft hij als hoogleraar leiding aan de afdeling klinische neuropsychologie bij de VU Amsterdam. Zijn wetenschappelijke curriculum vitae wordt gekenmerkt door een sterke focus op neurodegeneratieve ziekten en de preventieve werking van een actieve leefstijl op het brein. Voor zijn vermogen om complexe wetenschap toegankelijk te maken voor een breed publiek ontving hij in 2021 een eredoctoraat van de Open Universiteit.
Naast zijn academische werk geniet Scherder landelijke bekendheid door zijn bijdragen aan de Universiteit van Nederland en programma's zoals De Wereld Draait Door en DWDD University. Hij heeft een uitgebreid oeuvre aan vakliteratuur en publieksboeken op zijn naam staan, waaronder bestsellers als Singing in the brain en Hart voor je brein. In 2017 werd hij vanwege zijn verdiensten voor de wetenschap en de samenleving benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Sinds 2018 is hij tevens lid van de Nederlandse Sportraad, waar hij adviseert over het snijvlak van sport, bewegen en volksgezondheid.
Als spreker combineert Scherder klinische expertise met een analytische blik op de hedendaagse werkpraktijk. Hij adviseert overheden, zorginstellingen en het bedrijfsleven over de implementatie van neurowetenschappelijke principes in de dagelijkse operatie. Zijn onderzoek naar de invloed van omgevingsverrijking op het cognitief functioneren biedt concrete handvatten voor de inrichting van moderne kantooromgevingen en vitaliteitsprogramma's. Met zijn diepgaande kennis over de verbinding tussen hart, hersenen en gedrag is hij een cruciale bron voor organisaties die streven naar een hoogwaardig welzijnsbeleid.